Lescun ⇒ Gistain
We klimmen steeds hoger. Bij Lescun beginnen de serieuze cols — 2.000 meter, 2.200, 2.400. Het Lac d'Arlet schittert turquoise tussen grijze bergwanden, en 's avonds breken we door de wolkenlaag heen in het meest briljante zonlicht. Elke meter klimmen is het waard.
Bij Candanchú herkennen we de weg van een autovakantie jaren geleden — ongelooflijk dat we hier nu te voet aankomen, helemaal vanuit het zuiden van Europa. De Ibón de Anayet op 2.233 meter ligt als een spiegel tussen de toppen, en de Instagram-wandelaars met hun tentjes kijken verbaasd naar onze doorgelopen rugzakken.
In het Ordesa Nationaal Park — UNESCO Werelderfgoed — lopen we door kathedralen van rots met watervallen die honderden meters naar beneden storten. We worden geweigerd bij de Refuge de Goriz, maar vinden een betere plek: een verborgen vallei achter de col, met uitzicht dat geen refuge kan bieden. En als we de volgende ochtend wakker worden aan de voet van de Monte Perdido — het hoogste kalksteenmassief van Europa — voelen we ons de rijkste mensen ter wereld.
De Pyreneeën zijn niet mild. Op etappe 98 trotseren we 2.650 meter hoogteverschil in 10,5 kilometer. Onze benen zijn spaghetti, maar de landschappen zijn overweldigend. Bij Gistain bereiken we etappe 100 — een camping zonder telefoon of wifi. En dat is eigenlijk een opluchting.