de — “Via de la Plata” — Casar de Cáceres ⇒ El Cubo de Tierra del Vino
De hitte wordt ons metgezel. We vertrekken bij zonsopgang met acht liter water in de rugzak — acht kilo extra gewicht voor uren zonder dorp of schaduw. Het stuwmeer bij Cañaveral staat laag door de droogte, de "hondenrotsen" langs het pad zijn rond gesleten door eeuwen van vee en pelgrims.
Maar dan, bij het oversteken van de Sierra de Cañaveral, verandert alles. Groen gras, lavendel, bloemen — het is alsof we een ander land binnenstappen. We vinden schildpadden die zich op rotsen laten bakken in de zon, ontdekken wandelende takken (ja, echt — Europese wandelende takken!), en worden begeleid door grauwe klauwieren die hun prooi op doornen spietsen.
Bij Salamanca valt onze mond open. De "gouden stad" gloeit in het avondlicht: twee kathedralen, de barokke Plaza Mayor, het schelpenpaleis Casa de las Conchas. We zouden hier een week willen blijven. Ergens hier op de Meseta passeren we een slagveld waar Napoleon werd verslagen, en steken we een Romeinse brug over waarvan de stenen als stapstenen in de rivier waren hergebruikt.
We stappen uit Extremadura en Castilië-León binnen. Het landschap verandert, het accent verandert, zelfs de honden blaffen anders. Maar de Via de la Plata trekt als een rechte lijn door alles heen — eeuwenoud, onverstoord, en nog altijd de weg onder onze voeten.
1 reactie