van — Spanje — Villodrigo ⇒ Albeiz / Albéniz
Van de vlakte stijgen we omhoog. Bij Burgos lopen we door de gotische kathedraal's schaduw en kiezen bewust de Baskische variant van de Camino — rustig, leeg, en al snel beloond met een onverwacht vogelconcert bij zonsopgang onder een bladerdak van populieren.
Het landschap verandert snel. De cappuccino-kleurige heuvels van Castilië maken plaats voor de dramatische rotskloof van Pancorbo, waar weg, spoor en rivier zich door torenhoge rotswanden persen. We vinden twee jonge vossen die stoeiend over elkaar heen tuimelen, en een moederhert dat ons "uitscheldt" met een blaffend alarmgeluid dat we nooit eerder hoorden.
Bij Miranda de Ebro steken we de Ebro over — de langste rivier van Spanje — en dan: het Baskenland. De taal verandert van vertrouwd Spaans naar het onnavolgbare Euskara, de huizen worden van steen met houten balkons, en overal hangen "Etxera" spandoeken. Bij Vitoria-Gasteiz lopen we door de middeleeuwse hoofdstad, en ontdekken we een dolmen van 6.500 jaar oud aan de rand van een dorp.
Maar het aftellen is begonnen: de bergen worden hoger, het dal smaller, en aan de horizon tekenen zich de eerste contouren af van waar we naartoe lopen — de Pyreneeën. Bijna tweeduizend kilometer op de teller. Het voelt alsof we heel Spanje hebben doorlopen. En dat is ook zo.