Almadén de la Plata⇒ Casar de Cáceres
We volgen de Via de la Plata — een handelsroute die al meer dan tweeduizend jaar oud is. De naam komt niet van "zilver" maar van het Arabische woord voor "geplaveid pad." En geplaveid is het: op sommige plekken lopen we letterlijk op de originele Romeinse weg, gemarkeerd met marmeren zuilen.
Extremadura ontvouwt zich als een wereld van contrasten. Ochtenden met gouden licht over eeuwenoude eikenbossen, middagen met genadeloze hitte boven droge vlakten. We dragen zes liter water omdat er urenlang geen dorp te vinden is. Zwarte varkens wroeten onder olijfbomen, vale gieren cirkelen boven ons, en hop-hoppen volgen ons van boom naar boom.
Bij Mérida steken we de Romeinse brug over — 790 meter lang, gebouwd in de eerste eeuw voor Christus en nog steeds in gebruik. In Cáceres verdwalen we in een middeleeuws doolhof van paleizen en kerken. En bij het Arco de Cáparra — hét symbool en het halverwegepunt van de Via de la Plata — treffen we Mark's ouders.
Bij etappe 50 maken we de balans op: 1.212 kilometer in 85 dagen. De benen zijn sterker, de rugzak lichter en we zijn bruiner dan ooit. Twee totaal verschillende tochten — vorig jaar de GR5, nu de Via de la Plata — maar allebei het intenst beleefd op onze eigen twee voeten.