Albeiz / Albéniz ⇒ Lescun
Bij Pamplona verandert alles. De stad bruist — muzikanten, demonstraties, bruiloften, reuzenpoppen op de schouders van sterke mannen. Maar wij kijken naar de bergen. Na maanden door het Spaanse binnenland is het zover: we gaan de Pyreneeën in.
De eerste dagen klimmen we door bossen met orchideeën en bremstruiken, over de Via Verde langs het indrukwekkende Viaducto de Gulina. Bij Roncesvalles bezoeken we het eeuwenoude pelgrimsklooster en klimmen naar de Alto de Lepoeder — en dan, bij een onopvallend bordje "HRP", verlaten we de Camino. Van het ene moment op het andere is het stil. Geen pelgrims meer, alleen wij en de bergen.
Wat volgt is rauw en overweldigend. We lopen door dichte varenvelden zonder pad, klimmen op handen en voeten over rotsblokken, en bivakkeren bij ijskoude bergrivieren. Op de Pic d'Orhy zien we voor het eerst vale gieren op ooghoogte vliegen. Bij de Pic d'Anie klauteren we door een steenveld waar elke steen onder onze voeten verschuift — een ongelukje zit in een klein hoekje.
En dan worden de bergen alleen maar hoger. We passeren de Col del Infierno op 2.767 meter, dalen langs gigantische watervallen, en bereiken Bujaruelo — een plek waar Mark al sinds 1990 komt. Nu arriveren we hier lopend, helemaal vanuit het zuiden van Europa. Het besef is overweldigend.
Bij etappe 100 tellen we onze zegeningen: van de oceaan in Portugal tot diep in de Pyreneeën. Elke stap heeft ons hier gebracht.