Na 2 dagen rust en twee onweersbuien met centimeters grote hagelstenen gaan we vanochtend weer op pad. De tent heeft, in tegenstelling tot menig ander tentje en luifel op de camping, de stormen glansrijk doorstaan en is tot onze verbazing helemaal droog vanochtend. Dat scheelt weer wat gewicht en is een stuk fijner inpakken. We lopen met weer energieke benen de 2,5 kilometer over asfalt omhoog naar de receptie. Het weggetje loopt tussen bossen omhoog naar Col d’Iraty. Langs de weg liggen koeien op stukjes gras. Zonder afrastering, dus ze kunnen gaan en staan waar ze maar willen. Twee grote paarden sjokkelen dezelfde kant op omhoog, maar haken eerder af om te grazen. Bovenaan gekomen betalen we de camping, halen we het verse brood op dat we gisteren hebben besteld en laden we nog even alles met een stekker op. De komende 2 dagen zullen we daar de kans niet meer voor krijgen, pas aan het einde van etappe 3 komen we weer bij een camping aan. Uiteindelijk zijn we om half tien er helemaal klaar voor, de bergen! We lopen de eerste anderhalve kilometer over een klein asfaltweggetje en slaan dan links af, de grasvelden in. Smalle paadjes gaan kriskras over de helling, het is even goed zoeken welke het juiste is. Twee heren vertellen ons dat we de wit/rode paaltjes omhoog moeten volgen, maar onze kaart stuurt ons rechtdoor over de flank van de berg. Eigenwijs volgen we toch onze eigen route, en dat is maar goed ook, anders zouden we aardig wat hoogtemeters extra gelopen hebben. Uiteindelijk zien we ze toch ook achter ons aan komen. We dalen wat en stijgen een heel stuk, tot we op een kam komen en het echte werk begint. 600 Meter stijgen in 3 kilometer naar Pic d’Orhy of Orhi in het Baskisch.
Ook al is deze top de grens met Spanje en Frankrijk, aan weerskanten van de grens ligt wel Baskenland. Met 2.017 meter hoogte is deze piek de meest westelijke 2000-der van de Pyreneeën en voor ons weer even een goede training van de benen, want deze 3 kilometers over de helling van 20% zijn best heftig, zeker met rugzakken bepakt met eten om 3 dagen door te komen en aardig wat water. Het voordeel van een langzame klim is dat je extra lang kunt genieten van het uitzicht, en van de mooie plantjes tegen de helling. De helleborus, paarse tijm, vrouwenmantel en bloeiende heide, allen planten die we in de tuin hadden staan, maar dan net in andere uitvoeringen en formaten. Ook genieten we van de gieren die boven ons, onder ons en op ooghoogte langs komen vliegen. Zeker 20 gigantische vale gieren zeilen op de thermiek heen en weer, vaker vlak over of langs ons. Magnifiek!
Op een vlak stukje halverwege de helling pauzeren we even om op adem te komen voor het laatste stuk naar de top. De eerste keer deze tocht boven de 2000 meter. Een flinke klim, maar hoe belonend is het uitzicht! Alle kanten op wordt het gebergte vanaf hier lager, behalve recht vooruit, daar liggen de hogere pieken en daar gaan we naartoe. Even genieten van het uitzicht en dan weer door naar beneden. Een afdaling naar Col de Larrau, die net zo steil is als de klim die we net achter de rug hebben, volgt. Ook deze col vormt de grens en hier is een paar dagen eerder, op 5 juli, de Tour de France vanuit Spanje Frankrijk binnen gereden. Onze tour gaat vanuit hier over de bergkam verder, maar er begint aardig wat bewolking vanuit Frankrijk op te zetten. Het is een schitterend gezicht, die wolken onder ons, maar ze baren ons ook een beetje zorgen. We hebben geen zin om in een onweersbui, zoals we afgelopen twee avonden hebben gehad, op de graat van een berg terecht te komen, dus we nemen even de tijd om de route opnieuw te bekijken. We zien een paar slingerbochten onder ons een weggetje evenwijdig aan de heuvelrug lopen, en in geval van slecht weer is lager altijd beter. We dalen een stukje af en zitten al snel in de mist. De wolken komen snel opzetten. We lopen over een breed pad langs en door kuddes schapen en koeien. Vaker horen we ze alleen, ze zijn door de mist niet te zien. Nog een voordeel van iets lager zitten: het is makkelijker om water te vinden. Langs het pad zijn meerdere bronnetjes. Al stromen ze niet hard, met onze Katadyn (ons waterzuiveringssysteem) krijgen we er toch onze flessen mee vol. Langs dit pad kunnen we niet kamperen. Het is te schuin, er zijn teveel dieren, maar vooral is het teveel in het zicht om lekker te kunnen slapen. Het noodweer lijkt uit te blijven, dus bij wat op de kaart staat als een pad richting originele route, gaan we weer de helling omhoog. Een echt pad is er niet, het is een oude rivierbedding die nu droog ligt met een strook grasland links en rechts ervan, maar het leidt ons wel de berg op.
We lopen samen met tientallen horzels de berg omhoog, op zoek naar een goed plekje. Het is even goed uitkijken om je niet te veel door de bijtende insecten af te laten leiden en mis te stappen op de pollen gras. Het pad dat er zou liggen hebben we niet meer gevonden, maar een goede slaapplek wel. Mooi vlak, met uitzicht als de wolken het toelaten naar de graat waar we morgen naartoe gaan en het dal waar we vandaan komen. We worden omringd door hoge bergen en vergezichten. We zien in de verte paarden en schapen en in een dalletje onder ons wat koeien, maar ze zijn ver weg. Een schitterend plekje om te staan. Het is ondertussen al half negen, dus laat genoeg om de tent meteen op te zetten, ons op te frissen en te koken. Wat smaken gevriesdroogde maaltijden goed op een plek als deze! Net voordat we willen gaan slapen krijgen we nog bezoek van een nieuwsgierige koe die aan de tent komt snuffelen. Wat zijn het toch imposante dieren van zo dichtbij en zeker in het donker! Gelukkig heeft zij haar vriendinnen niet meegenomen, want als er één koe staat volgt de rest ook snel, dus voor de zekerheid verzoeken we haar vriendelijk doch dringend een heuveltje verder te gaan slapen. En dat werkt, ze blijven op afstand. Maar met inslapen verzorgen ze een mooi bellenconcert!