Briançon ⇒ Saint-Dalmas
Vanuit Briançon, de hoogst gelegen stad van Frankrijk, trekken we de Queyras en de Ubaye in. Het landschap wordt rauwer, de dorpen schaarser, de avonden stiller. Bij het Lac Sainte-Anne — zo blauw dat het onwerkelijk lijkt — drogen we onze natte tent in de zon terwijl nieuwsgierige wandelaars vragen of we daar gecampt hebben.
De herfst is begonnen. De eerste rijp van de tocht ligt op het gras, 's ochtends blijven onze vingers en tenen lang koud. Maar zodra we klimmen en de zon doorbreekt, gaan de lagen uit. Bij Fouillouse beleven we het grappigste winkelmoment van de reis: Malou vindt de winkel open maar onbemand, spoort de bejaarde eigenares op in haar roze huisje, en de vrouw weet niet hoe de kassa werkt noch wat de prijzen zijn.
We stappen de Mercantour in — 55 kilometer zonder dorp, winkel of open accommodatie. Het sneeuwt op 2.400 meter. We slapen wild in de kou en worden wakker met ijs aan de binnenkant van de tent. Maar als we de volgende ochtend de col bereiken en voorbij de laatste bergen een gouden gloed zien — daar, aan de horizon, onmiskenbaar: de Middellandse Zee. Na 1.800 kilometer lopen is het eindpunt zichtbaar.
Het is magnifiek. Maar het is ook even slikken.