Deze mooie etappe begint met een korte klim naar Col de Crousette op 2480 meter en zakt vervolgens middels een lange afdaling naar Vognols. Dit gaat over uitgestrekte graslanden en langs grillige rotsen. Vervolgens klimt de route naar een hoger gelegen vallei en buigt later iets van de GR5 af en gaat langs Mont Autcellier richting Roure.
Het was bitterfris, gisteravond en vannacht. We hebben geen thermometer bij ons, maar -5 zal het ongetwijfeld geweest zijn. Met een hoop extra kleren aan om ons warm te houden en onze fleece deken, hebben we toch nog goed geslapen.
Als we vanochtend wakker worden, zit er zelfs aan de binnenkant van de binnentent een laagje ijs. De sneeuw die gisteren tegen de avond viel is niet blijven liggen, maar is op de tent gesmolten. Al het water op de tent is nu als plakken ijs vastgevroren aan het doek. We hadden de hoop dat de zon gauw boven de bergen uit zou komen ons ons tentje te ontdooien, maar het is nu 9u, al 2 uur later dan dat we zijn opgestaan en de zon is nog niet over de bergen, dus we besluiten de tent dan maar bevroren in te pakken.
Toen we gisteravond aan kwamen was het zo mistig dat we de col voor ons niet konden zien, maar nu zien we duidelijk tegen de grijze rotshelling iets van een pad lopen dat ons naar de pas zal brengen. Het is een steile klim, dus we warmen aardig op, alleen de tenen en vingers blijven nog lang gevoelloos. Het is dan ook heerlijk als we richting de top in de zon komen; er gaan gelijk een aantal lagen kleding uit. Vanaf hierboven kunnen we zien dat op de toppen achter ons de sneeuw wel is blijven liggen: voor de eerste keer deze reis zien we verse sneeuw op de berghellingen.
Voor ons zijn de toppen een stuk groener en ook een stuk lager. Het lijkt erop dat we de laatste hoge col gehad hebben en elke bergrug voor ons lijkt een stukje lager te worden. We genieten van het uitzicht en kijken dan nog eens goed. Voorbij de laatste bergen die we kunnen zien, zien we één lange horizontale lijn, enkel onderbroken door een paar pieken. Onder de lijn, precies waar de zon boven staat, een gouden gloed. Wow, dat moet wel de zee zijn!!! Dat is wel echt een mijlpaal… Maar hoe magnifiek het is om de zee te zien, hiermee is ook ons eindpunt in zicht. En dat is na dik 1800 kilometer gelopen te hebben ook wel even slikken. Maar we hebben nog even te gaan. Een blik werpend in de volgende vallei waar we doorheen zullen lopen, beloven het nog een aantal hele mooie stukken te worden.
In het zonnetje dalen we af over een brede heuvelrug, met uitzicht op een groen dal met veel gras. Hier hebben de hele zomer door veel schapen gestaan, nu is het er rustig en is het weer het gebied van de steenbokken en gemzen. We zien ze in grote groepen bij elkaar staan, rustig grazend. In de zomer zijn deze dieren alleen hoog in de bergen te vinden, nu het kouder wordt trekken ze naar de lagergelegen graslanden. Wat een mooie dieren, twee groepen van zo’n 20-30 stuks zien we hier over de hellingen door het dal lopen. Het is kraakhelder, de zon schijnt hard en de tent, die vanochtend vanwege het ijs niet in de hoes paste en los op Marks rugzak is gebonden, begint te ontdooien. Tijd voor pauze! Want het begint aardig te druppelen… We schudden het ijs van de tent en zetten ‘m gauw op. Het duurt wel even voordat hij droog is, dus we genieten rustig van koffie en noodlesoep. De eerste keer pauze met uitzicht op (zij het heel in de verte) de Middellandse Zee.
De afdaling die volgt brengt ons over de mooie goudkleurige velden naar het dal van de rivier Le Démant. We zijn van bijna 2650 meter naar onder de 1850 meter afgedaald en blijven van hieruit een paar kilometer het dal volgen. We lopen langs een winterverblijf van de herder met een grote kudde schapen naast zijn huis en nog wat lager in het dal zien we een aantal huisjes bij elkaar. Maar voordat we daar aankomen draait het pad weer omhoog, een steile klim langs zanderige afgronden brengt ons naar een hoger gelegen dal. Deze is, in tegenstelling tot de goudkleurige hellingen waar we vandaag overheen hebben gelopen, nog mooi groen en er staan koeien te grazen. Langs het pad ligt een skelet van een koe. De boeren laten de overleden dieren steeds vaker liggen voor aas etende dieren, voornamelijk gieren. We vervolgen onze route door het dal en een stuk verder wordt de bewegwijzering wat onduidelijk. We slaan rechtsaf een pad in dat flauw omhoog loopt. We zijn al zo ver gestegen als we in de gaten krijgen dat we het pad beneden in het dal moesten hebben, dat we er toch voor kiezen om dit pad te blijven volgen. Hij komt een stuk verder toch bij hetzelfde dorpje uit. Enige nadeel is dat we dan niet bij onze ‘geplande’ overnachtingsplek zullen komen, Refuge de Longon, maar teruglopen is nu te ver. Daarnaast is het een schitterend stuk waar we doorheen gaan, dus we vinden vast een ander plekje voor ons tentje. De omweg levert ons onverwacht nog een extra laatste klim op naar een bergtop, van waaruit we een enorm edelhert zien rennen in het dal onder ons. Het afgelopen uur hebben we al veel zware, brommende geluiden gehoord die we niet goed konden plaatsen. Het leek ergens tussen een gewonde koe, een ezel in stress en een ronkende motor, maar het blijken burlende edelherten te zijn. Wat een heftige geluiden kunnen die dieren maken!
We lopen het dal in waar we zojuist het hert hebben gezien en een stukje verder komen we op een heuvelrug een beschutte plek tegen, ver genoeg van het pad af.
Het was geen lange wandeling vandaag, maar we zijn allebei aardig moe en besluiten hier te overnachten. We zetten een kopje koffie, en tegen de tijd dat deze op is loopt het al aardig tegen 19u en mogen we het tentje opzetten. Ook hier in de Mercantour mag je tussen 19u en 9u bivakkeren. Met nog steeds het zware geroep van de herten om ons heen (af en toe wel héél dichtbij) richten we de tent in. De temperatuur is in de loop van de dag aardig opgelopen en hier voor ons tentje zittend in het laatste licht van de ondergaande zon is het bijna niet meer voor te stellen dat we vanochtend wakker zijn geworden met temperaturen van een stuk onder nul. Zo snel kan het gaan, hier in de bergen.
Wat een mooie wandeling en wat een fijn plekje is dit weer. Het blijft bijzonder om zo in het wild, midden in de bossen ergens te staan.