Gistain⇒ Arinsal/Andorra
De laatste twaalf etappes zijn de zwaarste en de mooiste. We steken de Col d'Aygues Tortes over — ooit een smokkelroute voor ezels — en ontdekken een verlaten mijnspoor dat als een balkon aan de bergwand hangt. Op de Tuc de Mulleres bereiken we 3.009 meter, het hoogste punt van de hele tocht. Veertien uur zijn we onderweg, navigeren over verborgen gletsjers en dalen in het donker langs een klif die we op het laatste moment zien.
In het Parc Nacional d'Aigüestortes lopen we van meer naar meer — tachtig glaciale meren in een landschap van graniet en water. Andere wandelaars kennen ons al: "Jullie zijn toch die mensen die in Portugal begonnen zijn?" Onze reputatie reist sneller dan wij. Bij de Refuge Restanca wisselen we verhalen uit met wandelaars uit alle windstreken, en 's nachts tellen we vallende sterren tijdens de Perseïden.
Het landschap verandert. Het groene graniet maakt plaats voor droge leisteen, de berken verkleuren al in augustus. We lopen door spookdorpen en verlaten herdersstallen, horen verhalen over de Spaanse Burgeroorlog van een Australische emigrant, en ontdekken bunkers op de bergkam die vluchtelingen de weg terug moesten versperren.
En dan: de finale. Een monsteretappe van 27,5 kilometer met 3.600 meter hoogteverschil. Malou is niet lekker, het onweer nadert, en de laatste klim naar de Portella de Baiau is puur los gruis — elke 30 centimeter omhoog schuif je 20 terug. Een Spanjaard met gladde schoenen spurt ons voorbij: "Ik ruik de pizza aan de andere kant!" Op de col, 2.826 meter hoog, stappen we uit Spanje Andorra in. Precies zes maanden nadat we Spanje binnenwandelden vanuit Portugal.
We kijken achterom. Spanje, we gaan je missen. Hasta luego.