Waar het in Spanje heel normaal is om pas na 8 uur te kunnen gaan ontbijten, is het vanochtend de bedoeling dat we om 8 uur mét het ontbijt achter de kiezen de refuge hebben verlaten, al gaf de eigenaresse aan dat het ook wel 5 of 10 minuutjes later zou mogen worden. We moeten er dus een beetje de vaart in houden vanochtend, wat wel jammer is want we hebben gisteren een leuke avond gehad met de enige ander gast in de refuge. Een stadse Spanjaard, uit Barcelona, een leraar die een rondje platteland cadeau had gekregen. Eigenlijk te voet, maar hij doet het toch maar met de auto. Een aardige man met wie we uiteindelijk uren gepraat hebben over Spanje, Catalonië, Nederland, Europa, de gewoontes, gebruiken en de taal. Voor dit soort ontmoetingen zijn refuges wel de uitgelezen plek. Vanochtend hadden we graag wat meer tijd gehad om dit gezellige samenzijn nog even voort te zetten, maar helaas, na een goed maar snel ontbijt is het afrekenen en wegwezen. Buiten zijn we even bezig met het starten van de route en het vinden van de juiste weg door de smalle steegjes van het dorp. Al snel worden we de goede weg op geholpen door een man met zijn hond. Een Australiër die door de liefde in dit dorp terecht is gekomen en de weg inmiddels goed kent. Hij loopt een stuk met ons mee en vertelt hoe het leven vroeger was in deze streek.
Nu bestaat het landschap voornamelijk uit bos, gras en struiken, maar vroeger werd elk stuk grond gebruikt om graan en gerst te verbouwen, koeien, kippen, schapen en varkens te houden of om bomen te laten groeien voor de bouw of als brandhout. Vanaf het eerste moment dat het licht werd totdat de zon onder ging, waren de inwoners hier bezig. In de zomer lange dagen, in de winter korte. Het waren zware tijden die in deze dorpen tot nog niet zo lang geleden ook zo zijn gebleven. We zijn het dorp ondertussen al uit en lopen over een pad langs berken, eiken en het gele gras. We hebben uitzicht over het dal waar we inzitten en over de heuvels richting zuiden. Onze ‘gids’ wijst ons op een bunker die een paar heuvelruggen verder op een top is gebouwd. Het is een overblijfsel van de laatste burgeroorlog eind jaren ‘30 waarna Francisco Franco de leider van Spanje werd. Dit dal werd gebruikt om de republikeinen over de Pyreneeën naar Frankrijk te verjagen. Vanuit die bunker werd erop toegezien dat ze niet meer terugkwamen. Wij lopen vandaag dezelfde route, het dal van de Rio de Peracalç door en dan omhoog naar col de Jou. Onder in het dal aangekomen steken we de rivier over en komen we op een breed pad uit. De Australiër slaat rechtsaf en loopt weer terug naar het dorp. Wij volgen de GR11 naar links, verder het dal in. We krijgen de tip om even verderop het brede pad gewoon te blijven volgen en niet de wit/rood markering die even aan de andere kant van de rivier een smal en onbegaanbaar pad volgt, maar verderop weer op het brede pad uitkomt.
Handig om te weten. Dit pad door het dal loopt nog makkelijk door, maar uiteindelijk zullen we in deze korte wandeling van een kleine 14 kilometer toch bijna 1.600 hoogtemeters maken, dus we komen wel aan onze beweging vandaag. We volgen de rivier voor 3,5 kilometer. Bergop, maar het gaat nergens echt steil. Net voordat we rechtsaf de helling op willen gaan, zien we links aan de andere kant van de rivier een verlaten dorp liggen: Les Bordes de Nidrós. Althans het lijkt een dorp. Een verzameling huizen opgetrokken uit mooi natuursteen, duidelijk niet meer in gebruik, maar de gebouwen zien er eigenlijk niet eens zo slecht uit. Allen hebben ze een grote deur op de begane grond en een groot gat onder het schuine leistenen dak. Het waren ooit winterverblijven voor koeien.
Onderin stonden de dieren en bovenin lag het hooi dat als voer voor de dieren werd gebruikt, maar tegelijk ook als isolatie tegen de koude bergwinters dienst deed. Deze plek heeft iets magisch. Vanaf hier begint de klim naar Col de Jou, met 1.860 meter hoogte een stuk lager dan de col van gisteren, het is nog maar zo’n 350 meter stijgen. We klimmen over de ontboste helling met vooral veel bremstruiken. Af en toe passeren we een oude schuur, het klimmen gaat ons goed af en al snel zijn we op de col. Het weer is goed, door de stralend blauwe lucht hebben we een schitterend uitzicht. Weer een mooi plekje voor een pauze, al is het even lastig een stukje grond te vinden waar de koeien voor ons niets hebben achtergelaten. Maar als we die dan hebben gevonden, is het weer een magnifieke pauzeplek met uitzicht over de bergen. We kunnen vanuit hier de plek waar we gisteren gepauzeerd hebben op de berg aan de andere kant van het dal zien liggen. We doen rustig aan voordat we weer verdergaan en starten met afdalen. Komende nacht slapen we in een hotel in Tavascan waar we niet te vroeg aan kunnen komen.
Tijdens de afdaling kijken we weer een nieuw dal in. Het dal van Riu Noguera, waarin een stuwmeer, een grote weg en een aantal dorpjes liggen. De hellingen zien er droog uit met geel gras, bloeiende heide, struiken en af en toe een beukenbos. We dalen vrij makkelijk af over een paadje dat al snel een breed pad wordt en voor we het weten zijn we weer 350 meter lager. We schampen het dorpje Lleret en lopen vlak verder over de flank van de berg naar het dorpje Aineto, een schitterend authentiek plaatsje met gelukkig een waterbron. Doordat het helder is vandaag, is de temperatuur flink opgelopen en we hebben nèt iets te weinig water meegenomen. Gelukkig kunnen we hier voorzichtig wat koud water drinken. Niet te veel, want het is onbehandeld en we hebben geen zuiveringspilletjes meer. We lopen langs de schitterende huisjes, dalen aan het einde van het dorp een stuk steil af om verder het dal in te komen en lopen dan het laatste stukje naar Tavascan. Er blijkt meer in het dorpje te zijn dan dat Google aangeeft: de plaatselijke slagerij dient ook als supermarktje, en de VVV verkoopt wat kampeerbenodigdheden, dus we kunnen gaan ‘shoppen’ zo. Maar eerst inchecken en naar de kamer om heerlijk gechloreerd (maar veilig) kraanwater te drinken. De tocht vandaag was mooi en niet zwaar, maar wel warm en dorstig. Buiten het hotel waren genoeg terrasjes om een kopje koffie te gaan drinken en een verfrissende helado te eten. Het lijkt wel vakantie! Heerlijk, zo'n luxedag, maar wat hebben we toch weer veel gezien.