Helaas werd het bewolkt gisteravond, dus veel sterren hebben we niet meer gezien. Maar de avond was rustig en de nacht windstil, waardoor we vanochtend goed uitgerust wakker worden, klaar voor weer een nieuwe bergetappe. Met de spullen ingepakt, de tent is nog nat van de dauw helaas, gaan we weer op pad. Het eerste stuk langs het mooie meer Lac de Mar heeft nog weinig hoogteverschil, al lopen we nergens echt vlak. Heuveltje op, heuveltje af over de helling langs het meer, meestal over paden maar vaker over stukken met rotsen en losse stenen. We hadden blijkbaar één van de laatste plekken waar de tent kon staan te pakken, tot aan de afdaling was geen geschikte plek meer te vinden. Eenmaal voorbij het meer begint de afdaling naar het volgende meer en Refuge Restanca, daar hopen we weer drinkwater te krijgen. De afdaling gaat door kloven en over een steile helling, maar is nergens echt moeilijk. Aan het begin van de afdaling staat de rivier die vanaf Lac de Mar komt helemaal droog. Het water wordt via een ondergrondse buis omgeleid en komt een stuk lager met grote kracht de berg uit, nadat het elektriciteit heeft opgewekt. We komen weer op de hoogte van naaldbomen en bij een grote kudde schapen uit, ze staan op een groot veld naast en op het pad. We horen geblaf, maar het lijkt van verder weg te komen. We zijn er niet helemaal gerust op, want er komen beren voor in dit gebied, meer dan 70 zijn er vorig jaar geteld in de Pyreneeën.
Ze eten knollen, eikels, bessen, vruchten en noten maar af en toe ook wel een schaap of geit. Honderden schapen worden er opgepeuzeld door de beren, maar de meeste dieren komen om het leven doordat ze uit schrik de kliffen af worden gejaagd. Een flinke waakhond is dan ook wel op z’n plaats. Maar hier gelukkig niet, dus we kunnen ongestoord passeren. Alleen even uitkijken dat we ze zelf niet de rotsen afjagen, want het zijn niet de meest oplettende dieren en ze schrikken vaak pas op het laatste moment als we aan komen lopen. Nog een stukje afdalen en we komen 250 meter lager aan bij de refuge naast het meer. Dit meer is een stuwmeer, gebouwd om nog een keer stroom op te wekken van hetzelfde water. Maar natuurlijk of niet, het is schitterend en de refuge is prachtig gelegen. En druk. Het is vol geweest vannacht. We zijn vanochtend om 7 uur vertrokken om de warmte een beetje voor te zijn, komen iets na 8 uur al bij de refuge aan en de ene na de andere groep maakt zich klaar om te vertrekken of is al vertrokken, dezelfde richting op als dat wij gaan, richting nationaal park Aigüestortes. En gelijk hebben ze, het is een schitterend, uniek, oud nationaal park, sinds 1955 beschermd met 9 rivieren en 80 meren in een oppervlakte anderhalf keer zo groot als Parijs. Het kent hoge delen en lage beboste dalen waar de mens z’n footprint heeft achtergelaten door ontbossing, veeteelt, tourisme en de bouw van stuwmeren, maar nooit permanent heeft gewoond. Een bijzonder stukje natuur. Na het vullen van wat flessen met drinkwater gaan we achter de voornamelijk Nederlandse, Duitse en Belgische gezinnetjes aan de berg op.
Een klim van 230 meter brengt ons bij een nieuw meertje waar we, na vanochtend vlug een kop koffie en een plátano gegeten te hebben, uitgebreid van ons ontbijt genieten. Het meer heeft de naam Lac deth Cap deth Pòrt, een typische naam uit het Aranees uit de Aran Vallei. Weer een klim hoger en weer dik 250 hoogtemeters verder komen we bij de grens van het nationale park bij Port de Oelhacrestada aan en nog iets verder, net boven de 2.500 meter, gaan we een col over om een stuk steil af te dalen naar het meer Estany del Port de Caldes, om aan de andere kant van het dal weer te stijgen naar een col net onder Tuc deth Cap Pòrt de Caldes (wat een namen…). Het landschap is schitterend, het ene meer na het andere, groene weiden en af en toe komen we wat koeien tegen.
Omdat het park zo groot en uitgestrekt is, is het wat verder van de toegangspaden rustiger dan bij de refuge, maar we zijn zeker niet alleen. We komen veel wandelaars tegen en bij de meertjes en collen komen groepjes mensen op adem. We lopen redelijk snel door op de paden, zo goed hebben we ze al een tijd niet meer gehad, maar ons verhaal reist sneller… We komen in een klim wandelaars tegen die vragen of wij die mensen zijn die helemaal in Portugal vertrokken zijn!? Het gaat in het Spaans, Frans en Engels en we begrijpen ze in het begin niet, maar dan valt het kwartje. Ah, ja, ehm inderdaad dat zijn wij. Ze vinden het fantastisch! Ze lopen naar de Atlantische kust en zullen het nog vaker over ons hebben. Sinds we op de HRP zitten hebben we veel leuke contacten gehad. Een stuk verder gaan we weer over op de GR11, benieuwd of dat ook zo blijft.
Als we achterom kijken zien we in de verte nog de gletsjers en de hoogste toppen van Pico Aneto. Dat lijkt ondertussen zo lang geleden, maar hij ligt zo dichtbij. Voor ons ligt weer een nieuw dal. Een lange afdaling van 2.550 naar 2.120 meter bij Lac Major de Colomèrs met de gelijknamige refuge. Dit dal ligt weer buiten het park, maar is zeker niet minder mooi. Na het eerste stuk steil afgedaald te hebben volgen we een rivier door een smal dal. Het is een snel stromende rivier en doordat het vaker drassig is zien we weer andere mooie planten en dieren: veenpluis, de kleine blauwe veldgentiaan en veel kikkers. Het afdalen gaat lekker, maar de kilometers hier in de bergen tellen dubbel. Na 10 kilometer komen we bij de refuge aan de rand van het grote meer aan. Heerlijk om de benen even rust te gunnen en een leuke plek om weer medewandelaars te ontmoeten, en ook Jean-Marc uit de Cévennes is er weer. Dyneema tentjes, rugzakken, wandelapps en de komende etappe, er is altijd wat te kletsen als je hetzelfde op je eigen manier doet. Dit meer is een stuwmeer, in ieder geval een meer vergroot door een dam. We steken de dam over en stijgen nog 2 meren verder. Een stukje hoger ligt Lac Long en weer iets hoger Lac Redon, net voordat we het nationale park weer inlopen. Niet zoveel hoogtemeters, maar wel 3 schitterende kilometers over een mooi pad langs het water, dennenbomen, gras, bloemen en bosbessen tussen de schitterende kale, rotsachtige bergen. Bij het meer lopen we wat van het pad af een schiereilandje op. Daar is niet ver van het water een mooi vlak plekje, met een magnifiek uitzicht op de klim van morgen, ver aan de overkant van het meer. Het is nog vroeg als we de etappe eindigen, nog voor half vijf, maar doorlopen heeft geen zin. In Aigüestortes mag je niet bivakkeren en een boete van 400 euro per persoon riskeren we liever niet. Dus we doen rustig aan, rusten wat uit en genieten van het landschap. Als de avond valt zijn we helemaal alleen in de vallei, alleen met de bergen. En vanavond is het wel helder en we zien zowaar een paar vallende sterren! Wat een prachtige wereld… Hij is er, echt!