Vanaf de camping lopen we de 2,5 kilometer naar de bushalte en maken de mooie rit terug naar Irurtzun. Leuk om vanuit de bus de plekken te zien waar we gisteren hebben gelopen, het is een mooi dal. Vandaag beginnen we aan het andere eind van het dal, of het eigenlijk het begin ervan. We stappen uit, trekken de veters nog even strakker aan, starten de route op de telefoon en gaan op pad naar Pamplona. We zijn snel het stadje uit en lopen middels een steile trap naar een oud spoorlijntje die ook hier is omgetoverd tot een Via Verde, een vrij vlak wandel- en fietspad. We zitten meteen tussen de heuvels, velden en vele bloemen. De bramenstruiken die hier volop langs het pad staan, staan in bloei met de zachtpaarse bloemetjes. De bosrank, met de mooie engelse naam ‘Old-man’s-beard’, uit de climates familie met de harde witte bloemetjes, kronkelt over de struiken heen en ook een soort wilde boon, de ‘brede lathyrus’ uit de vlinderbloemenfamilie met dieproze bloemen, groeit er tussendoor. Het is duidelijk de tijd van de klimplanten, allen proberen ze boven elkaar uit te komen om de meeste zonnestralen te vangen. Het is een mooi pad om te volgen. Na een dikke 3 kilometer komen we bij een voormalige spoorbrug aan, Viaducto de Gulina.
18 Stenen bogen overspannen een dal van 185 meter. De spoorlijn en ook de brug is tijden erg belangrijk geweest voor de ontwikkeling van het platteland waar we etappes lang doorheen hebben gelopen. Bouwmaterialen, voedingsmiddelen en andere producten werden van Pamplona naar het platteland vervoerd, en ruwe materialen, landbouwproducten en ijzer uit de mijnen gingen weer terug. Maar over de brug is sinds 1953 geen trein meer gegaan. Hevige overstromingen hebben de brug beschadigd en uiteindelijk is er een andere route, de huidige route, gevonden voor de trein. De Via Verde gaat verder over de brug en loopt vervolgens snel richting autoweg. Daar lopen wij natuurlijk niet naartoe, we hebben een andere route gevonden. Over de heuvels en een stuk langer, maar al moeten we het eerste stuk naar het gehuchtje Larumbe over de weg lopen, het blijft mooi en rustig. En het voordeel van niet over de brug heen lopen, is dat je een schitterend uitzicht op de brug hebt. Het is een indrukwekkend bouwwerk dat mooi in het landschap op gaat. Bij het plaatsje gaan we van de weg af en lopen de velden in. In dit geval letterlijk, want in het eerste stuk is geen pad zichtbaar. We twijfelen even of we door zullen lopen of een andere route zullen kiezen, maar de enige optie zou zijn om terug te lopen naar de brug en alsnog die weg te kiezen. Geen optie dus ;-) We lopen door en na een tijdje wordt er wel iets van een pad zichtbaar. Afdrukken van koeienpoten en geitenpootjes in de modder leiden de weg. Het is een schitterend stuk. Af en toe langs gestapelde stenen muurtjes, af en toe door bos. Soms door weilanden waar het gras kniehoog staat, soms door drassige stukken modder en door riviertjes. Het is een mooi uitdagend stuk over één van de onherbergzaamste paden die we hebben gehad. We zijn ondertussen een aardig stuk gestegen. Ook hier eindigt het dal tegen de bergen. Wij gaan over een pas tussen twee hogere pieken door.
Vanaf een stukje onder de pas zien we dakpannen tussen de bomen. Bij een huis midden tussen de velden en bossen, staan paarden, geiten, ganzen en kippen, en er liggen een paar grote honden. Ze blaffen flink, maar zitten vast gelukkig. Het pad langs het huisje wordt verspert door kleine geitjes die nieuwsgierig naar ons toe komen, de leuke diertjes laten zich aaien. Maar ook sommige kleine geiten hebben grote gedraaide horens en voor de zekerheid lopen we maar om de grootste heen. Wat idyllisch plekje! Op het hoogste punt pauzeren we met uitzicht op het nieuwe dal. Vanaf het huisje kunnen we een echt pad volgen dat wat lager op een asfaltweggetje uitkomt. Dat loopt wel even goed door, maar ook als we de weg verlaten blijven we op een groot pad dat een stuk makkelijker te belopen is dan de andere kant van de pas, al zijn er vaker diepe geulen uitgesleten door de regen. In dit dal staan velden met zonnenbloemen. Niet zo lang geleden liepen we nog langs de plantjes van amper 20 centimeter hoog, hier zijn de bloemen net uitgekomen en kleuren de velden voorzichtig geel. We volgen weer even een weg en gaan vervolgens de velden in om een stukje verder de bossen in te gaan voor de laatste klim voordat we het dal waar Pamplona ligt inlopen. Het is nog even een steile klim over een bospad en als we weer naar beneden lopen zien we vanaf een bocht de grote stad en het drukke dal liggen. Ineens zijn we heel dichtbij. We lopen nog midden in het bos, maar over een paar honderd meter zitten we alweer tussen de rijtjeshuizen. Met dit uitzicht en tussen de vlinders maken we nog even een pauze voordat we verder afdalen en de natuur verruilen voor het goed geplande stadse landschap. Maar op het laatste moment vinden we alsnog een paadje die de helling nog een stuk langer blijft volgen, waardoor we wat later door de buitenwijken, parkjes langs de huizen, sportvelden en zwembaden lopen. Nu zitten we écht in Pamplona, met de mooie Baskische naam Iruña, maar de stad is ten opzichte van de dorpen een stuk Spaanser dan Baskisch. We lopen richting het oude centrum, steken via een oude brug de rivier de Argo over en gaan aan het einde van de etappe de steile helling op waarboven de binnenstad ligt.
Langs de wegen staan al stevige houten stellages voor het stierenrennen dat hier over 2 weken plaats zal vinden. Bovenaan komen we bij het oude deel van het centrum van de meer dan 2.000 jaar oude stad, die de Romeinen, Visgoten, Arabieren en Christenen heeft zien komen en de meeste weer heeft zien gaan. Wij komen niet in de geschiedenisboekjes, maar zijn hier na 83 etappes, net iets meer dan 2.022 kilometer in nèt geen 5 maanden aangekomen en zullen hier net als iedereen voor ons, over een paar dagen ook weer vertrekken. We liepen langs de kliffen van de Algarve en de uitgestrekte stranden van de Spaanse kust. We begonnen onze reis noordwaards vanuit het zuidelijkste puntje van Europa, Tarifa, en liepen door de siërra’s van Zuid Spanje met de witte dorpjes richting Sevilla waar we de Semana Santas vieringen in de bijzondere stad zagen. We volgden de Via de la Plata waar de oude Romeinse weg ons leidde door het uitgestrekte landschap van het binnenland van Spanje, waar het af en toe op een woestijn leek maar zo’n bijzondere plaatsen en natuur had, met zo’n rijke cultuur en geschiedenis die ons versteld deed staan. En we liepen de lange tocht door het langzaam drukker, groener en natter wordende landschap richting de plaats waar we nu zijn: Pamplona, aan de voet van de Pyreneeën. Een gebergte waar we naar uit hebben gekeken en eigenlijk een land op zich is, voor ons gevoel lopen we Spanje nu zo’n beetje uit. Het Spanje dat we hebben leren kennen is niet makkelijk. Het is hard en soms bijna bitter, maar ook zoet, puur en waanzinnig mooi met de aardigste, behulpzaamste mensen die we zijn tegengekomen, de mooiste steden en mooiste natuur. We zijn ervan gaan houden, maar nu is het tijd voor de bergen. Nog een paar dagen voorbereiden op het volgende deel, dan de bergschoenen aan en weer verder.
Met het afscheid van Spanje komt ook een einde aan het gebied waarover zoveel op te zoeken en zoveel te schrijven is, en waar we zoveel tijd hebben kunnen nemen om de geschiedenis, de omgeving en de etappes te beschrijven. De Pyreneeën doorkruisen we van west naar oost over de hoge delen en we zullen een mix maken van de GR10, de GR11 en de HRP, afhankelijk van het weer en de grillen van moeder natuur. In de bergen zullen we de tijd en energie nodig hebben om de etappes voor te bereiden, te lopen en uiteindelijk goed in Andorra aan te komen. De verhalen zullen dan ook zeker aan het begin een stuk minder uitgebreid zijn dan van de etappes in het Spaanse binnenland. Maar de foto's en verhalen zullen ook in de bergen blijven komen!