Na twee heerlijke dagen op de camping in Riolobos hebben we vanochtend de tent weer ingeklapt en gaan we richting Carcaboso. Doordat 1 mei op maandag viel, was het een lang weekend en dan trekken de Spanjaarden er graag op uit. De camping was vol, maar dat was wel gezellig, alleen konden we niet verder lopen omdat ook de accomodaties in Carcaboso vol waren. We hebben een leuk stukje gewandeld op onze extra rustdag en ‘s avonds een ronde door het ‘bruisende’ Riolobos gemaakt. Er waren een paar cafés en een terrasje open, maar dé plek waar echt gedanst werd op luide muziek en waar ze van jong tot oud met bier en sigaretten buiten op picknickbanken zat, was de ‘Hogar del Pensionista’ het ‘thuis voor gepensioneerden’ oftewel het bejaardentehuis. Tieners, bejaarden en alles er tussen in was binnen en buiten gezellig aan het swingen op de muziek. Leuk om te zien!
Nu staan we buiten de poorten om de 22 kilometer naar Carcaboso te lopen. We zijn om 6 uur opgestaan, want het wordt weer 30+ graden vandaag. Vanochtend zaten we nog voor de tent te ontbijten in ons vest, maar ondertussen is er een warme wind opgestoken, dus het is al behoorlijk opgewarmd als we vertrekken. De eerst 3 kilometer volgen we een verharde weg terug naar de Via de la Plata.
Een vriendelijke dame loopt dezelfde kant op en loopt een stuk met ons mee. Ze maakt elke dag een rondje langs het kanaal, en vertelt ons van alles in geuren en kleuren. We krijgen maar een beetje mee, echt jammer dat ons Spaans bij lange na niet goed genoeg is om zo’n gesprek te voeren, maar dat deert haar niet zo. Ze blijft doorkwebbelen als we aangeven dat ons Spaans echt slecht is. Gelukkig begrijpen we steeds meer. Het gesprek gaat in ieder geval over onze route, het kanaal en haar ochtendrondje. Na een tijdje slaat ze af, nemen we afscheid en lopen we weer verder.
Als we van de weg af slaan en een pad op lopen, zien we weer de ene na de andere gier overvliegen. Eerst zijn het er drie, uiteindelijk cirkelen er 10 stuks boven ons. Er vliegen ook een paar kleine roofvogels bij, rode wouwen, die als je ze los van de gieren ziet ook al echt groot zijn, maar in verhouding tot de gigantische gieren maar kleine vogels lijken. Het stuk onverharde weg loopt schitterend tussen heuvels met ook hier een weelde aan bloemen. Koeien en paarden staan in de wei en af en toe een ezel. Een grumpy en verweerde Sint-Bernard die zichzelf aan het uitlaten is loopt langs ons, en we komen veel fietsers tegen die de fietsvariant naar Santiago de Compostella aan het fietsen zijn. We delen hier de route ook met Euro Velo 1, dus wellicht zijn ze onderweg naar Nordkapp.
Er zit af en toe een aardige heuvel tussen. Ze zijn niet lang, maar sommige stukken wel even steil. Op de top van de laatste heuvel worden we tot onze verbazing getrakteerd op een schitterend uitzicht op een grote, compleet ommuurde stad: Galisteo. De stad met een kasteel is volledig ommuurd met een 1.200 meter lange stadsmuur. Aan de buitenkant zijn er wat huizen tegenaan gebouwd voor de mensen die niet binnen de stadsmuren mochten wonen, of voor wie geen plaats meer was. De plaats is nauwelijks gegroeid sinds de bouw van de stadsmuur en is helemaal intact gebleven. Hierdoor lijk je zo de middeleeuwen binnen te lopen. De route gaat langs het stadje af, maar we lopen er natuurlijk even doorheen. Ook binnen de poorten is de stad mooi en authentiek, maar het heeft een echt dorp gevoel. Er wordt door de bijna 1.000 inwoners gewoon gewerkt en geleefd en het is totaal niet de toeristenplaats die je van buiten zou verwachten.
De plaats ligt op één van de laatste heuvels, boven een mooi groen dal met veel goed geïrrigeerde landbouwgronden. Er stroomt een rivier doorheen, de Rio Jerte, die ook in deze droge tijd behoorlijk hard stroomt. Deze rivier en het dichtbijgelegen stuwmeer ‘Gabriel y Galán Reservoir’ zorgen voor genoeg water voor deze vruchtbare gronden. En dat is te zien. Via een netwerk van kanalen en riviertjes stroomt het water naar de velden. Dit is wel het groenste en waterrijkste gebied sinds we landinwaarts lopen. Leuk, want hierdoor zien we weer andere bloemen en dieren dan afgelopen dagen. Veel libellen en vlinders, en ook gele kamille en de ‘groot hoefblad bremraap’, een parasiterende plant zonder bladgroen die op de wortels van het groot hoefblad leeft. Dat maakt het stuk lopen wat interessanter, want vanaf Galisteo lopen we de laatste 10 kilometer tot aan Carcaboso over een verharde tweebaans weg. Maar we lopen tussen het groen en we hebben uitzicht op mooie, hoge bergen waar we over een aantal etappes aan zullen komen. De kilometers gaan snel tot aan Carcaboso, dat nog net iets kleiner en rustiger is dan Riolobos. Er zouden een aantal Romeinse overblijfselen te vinden zijn naast de kerk, dus die gaan we vanmiddag even opzoeken. Het zal in ieder geval een rustige avond worden in de Auberge die we delen met een aantal Spaanse pelgrims, die morgen net als wij ook weer vroeg uit de veren zullen zijn.