Etappe 98

Col de Arrablo ⇒ Espierba

📅26 Juli
📍Pyreneeën, Spanje
🥾Km 2.361,9 van de totale tocht
Route & hoogteprofiel Bekijk op Wikiloc ↗

We worden wakker op 2.200 meter hoogte. Het was een heerlijk rustige nacht aan de voet van Monte Perdido waarvan de piek nog 1.155 meter hoger is, met 3.355 meter hoogte de hoogste top van ‘As Tres Serols’ ‘de Drie Zusters’, drie toppen die het hoogste kalkstenen massief van Europa vormen. Maar het was ook een koude nacht. Als op deze hoogte de zon ondergaat, zakt de temperatuur snel. Als we rond 6 uur ons tentje uitkomen is de zon nog onder en is het nog steeds behoorlijk fris. Het waait ook flink, dus bij wijze van uitzondering laten we de tent wat langer staan om iets warmer en uit de wind te kunnen ontbijten. Een enkele vroege wandelaar komt langslopen, maar slaat geen acht op ons, het is dus een goede plek. We doen rustig aan met inpakken om het moment van omkleden in onze wandelkleding uit te stellen totdat de zon er is, hij schijnt een stukje hoger al op de berg. Maar na een tijdje geven we het maar op, pakken we echt alles in en beginnen we weer aan een nieuwe etappe, met toch nog even de vesten aan. Als we over het grasland door het dal afdalen lopen we snel in de zon en gaan de vesten alsnog uit. Wat een verschil tussen schaduw en zon. Van 5 naar 25 graden binnen een paar minuten, althans zo voelt het, want het is meteen echt warm.

Waar we vertrekken is het dal nog erg breed. Aan de noordkant is een hoge berg met kale rotsachtige toppen. Richting zuiden is het lieflijker, met groene ronde heuvels van waaraf je ver de Pyreneeën uit kunt kijken, de bergen worden die richting op steeds lager. We dalen wat af en het dal word snel smaller, de grasvlakte vlakker en houdt dan op. We lopen richting rand, bovenaan een diepe afgrond waar het dal zich in een smalle kloof stort.

Hmm, daar moeten we afdalen, een afgrond van leisteen in, bijna recht naar beneden. Gelukkig zijn er op de heftigste stukken touwen in de rotsen vastgezet waardoor het wel te doen is, maar het is goed uitkijken. Dat is nog eens een warming-up, met zware rugzak aan de touwen over een helling met losse leistenen… Beneden komen we weer op een bijna vlak stuk uit. Het is een tussenvlakte voordat we weer verder afdalen, een schitterende plek, deze smalle kloof. Het lieflijke van het gras met de bloemen en de overweldigende bergen, wat een contrast. Even verder dalen we weer af langs touwen, steken de rivier over en dalen verder af over smalle paadjes langs steile hellingen. Het landschap wordt bosrijker, een open bos van naaldbomen die zich hebben weten te verankeren tussen de losse stenen, soms zelfs óp stenen. Wandelaars komen ons tegenmoet, het gehijg en de vermoeidheid van de stijgende lopers doen ons vermoeden dat we nog wel een stukje te gaan hebben tot aan het dal. En dat blijkt juist. In kilometers valt het wel mee, maar de ondergrond en de vaker grote afstappen zorgt ervoor dat we nog lang onderweg zijn naar het laagste punt rond de 1.680 meter. We hebben pas 2,5 kilometer gelopen, maar zijn wel al 600 meter gedaald. We hebben er bijna 2 uur over gedaan… In het dal komen we bij een klein huisje, een hutje voor de herder, en als die er niet is zou je er kunnen bivakkeren. Je zou er kruipend in moeten, maar er is een open haardje en het is behoorlijk schoon. Het is schitterend gebouwd met gestapelde stenen en heeft een mooi leistenen dak. Het staat in het groen, maar we zijn omringd door de hoge kale bergen waar watervallen over naar beneden komen en er is een enkel schaap achtergebleven voor gezelschap. Een idyllisch plekje, maar we lopen nog maar even door. Het stijgen begint. De paden zijn een stuk beter te belopen dan de afdaling, maar ook deze helling is steil. Het dal is breder en ook mooi groen. Aan de paden is goed te zien dat er hogerop schapen staan. We stijgen gelukkig veelal in de schaduw van de berg, in de zon is het al flink warm. We lopen richting collado Añisclo op dik 2.460 meter hoogte, dat is weer 770 meter hoger dan het huisje in het dal. Halverwege de helling komen we de schapen tegen. Het is een grote kudde van honderden schapen verdeeld over de hele breedte van het dal en ze begeven zich ook richting col. Eromheen gaat niet in dit landschap, dus we lopen rustig door de kudde heen. Om de een of andere reden zijn er in Frankrijk altijd waakhonden bij schapen, in Spanje hebben we veel honden gezien bij huizen en erven, maar nog niet bij kuddes dieren. Dit dal ligt in Spanje en ook hier zien we geen honden bij de schapen. We lopen net iets sneller dan de kudde, dus we lopen een stuk met ze mee en komen dan boven ze uit. We zijn al 3,5 uur onderweg en zijn de meters die we gedaald zijn alweer gestegen. We merken het aan onze benen, dus het wordt tijd voor een pauze. We lopen een paar plateaus met watervallen omhoog, boven de dieren uit en het is hier niet moeilijk om een mooi plekje in het gras te vinden. Tijdens de pauze komen de schapen langzaam dichterbij en passeren ze ons boven- en onderlangs. Leuk om de dynamiek van zo’n kudde eens rustig te kunnen bekijken. Ze zijn meestal zo met het gras en elkaar bezig dat ze ons pas op het laatste moment zien. Sommige schrikken dan een beetje en lopen snel door, sommigen blijven stilstaan en staren naar ons totdat er één doorloopt en de rest volgt. Meestal gaan ze gewoon hun eigen gang. Na dit schouwspel zijn de benen weer hersteld en stijgen we het laatste stuk. Nog 250 meter stijgen en dan staan we bovenop de col ten zijde van Monte Perdido. Wow, wat een magnifiek uitzicht! Een diep dal met een duizelingwekkende afdaling ligt voor ons. Waar de dalen achter ons hoogdalen zijn met kleine riviertjes, kleine stukken met bomen en enkele wandelpaden, is het dal voor ons diep, er loopt een weg doorheen, met bebouwing, bossen en een brede rivier. Door de diepte lijkt het best smal, maar volgens de kaart is het hemelsbreed toch zo’n 3 á 4 kilometer tot de col aan de overkant waar we naartoe moeten. Als er een brug zou zijn drie kwartier lopen, via het pad 11 kilometer met 1.250 meter stijgen en 950 meter dalen. En vooral dat laatste zal bij ons veel tijd gaan kosten. Omhoog lopen we een stuk sneller dan de tijd die de bordjes langs de route aangeven, omlaag moeten we moeite doen om deze tijd bij te houden. Zeker het begin van de afdaling gaat over losse rotsen en zigzag paden met kiezel en losse stenen. Bij elke stap schuif je wat verder naar beneden en is het goed uitkienen om dat schuiven in bedwang te houden. Dat kost veel spierkracht. Vanzelf wordt je door de schuivers iets te voorzichtig, waardoor het nog meer energie kost en het steeds langzamer gaat. Telkens moeten we onszelf en elkaar aansporen om toch weer wat soepeler af te dalen om de pas erin te houden. Na 2,5 uur hebben we 1/3 van de hoogtemeters gehad, maar vanaf hier gaan we wat meer het groen in en zorgen de bomen voor een wat steviger pad.

We maken weer even een pauze om bij te komen en inderdaad, na de pauze wordt het pad beter beloopbaar. Het lopen gaat soepeler en de hoogtemeters gaan wat sneller, al komen we ook hier stukken tegen waar het pad soms 2 tot 3 meter recht naar beneden gaat en we al dan niet met touwen naar beneden moeten klauteren. Met spaghetti benen komen we uiteindelijk na 18.00 uur beneden aan in het dal. Het was de bedoeling om de helling aan de andere kant nog een stuk op te lopen en daar ergens te bivakkeren, maar dat gaan we vandaag niet meer redden. We kijken even of we hier ergens met ons tentje kunnen staan, maar we hebben nog water nodig en hier zo in een drukker dal voelt wildkamperen toch niet echt fijn. Er zijn nog wat opties: niet veel verder is een refuge, maar we hebben eigenlijk niet zo veel zin om na zo’n slopende etappe in een stapelbed op een slaapzaal te gaan liggen. 3 kilometer verder op de route ligt een hotel waar je voor bijna 200 euro in een hostel-achtige kamer mag liggen en 3,5 kilometer over de vlakke weg, maar wel haaks op de route, ligt een camping. We kijken elkaar aan, en de beslissing is dan al snel gemaakt. Dan nog maar 3,5 kilometer naar de camping lopen, goed kunnen douchen en in ons eigen tentje kunnen slapen. Dan rusten we toch het beste uit. Uiteindelijk is het bijna 20.00 uur als we aankomen en ons tentje kunnen opzetten. Maar bij aankomst zien we een bord met pizza staan, dus we hoeven niet zelf te koken. Een traktatie na zo’n schitterende, maar toch wel behoorlijk zware etappe. De laatste kilometers waren vlak, daarvóór hebben we in 10,5 kilometer 2.650 hoogtemeters gemaakt. Een gemiddelde helling van dik 25%! We hebben vanaf de col alvast een sneakpeak gehad van waar we morgen gaan lopen, dat zag er van boven al schitterend uit! Hopen dat de benen dan een beetje zijn hersteld…

🎬
Bekijk de route als animatie Stage 98: Col de Arrablo - Espierba
Bekijk →

Meer foto's