Twee dagen rust op de camping bij het kleine maar leuke Franse bergdorpje Lescun hebben de benen en voeten goed gedaan. We zijn weer energiek en staan te popelen om de bergen weer in te gaan. In twee etappes naar Candanchú met komende nacht een bivi. Het is wat aan het regenen als we wakker worden en ook al staan we tussen de bergen, er is geen berg te zien, de wolken hangen laag. We ontbijten, pakken onze spullen in en samen met het grootste deel van de campinggasten die vanochtend ook allemaal vertrekken, verdringen we ons bij het toilethok om de tanden te poetsen en de laatste spulletjes droog in en aan de rugzak te krijgen. Er komen hier veel routes samen, dus elke avond stroomt de camping vol en ‘s ochtends gaat iedereen rond dezelfde tijd op pad.
We beginnen aan een lange klim van 846 meter naar 2.079 meter. 1233 Meter stijgen in 10,6 kilometer, best een behoorlijke klim. We lopen de camping af, gaan even over een verharde weg, maar al vrij snel over paden die de slingerbochten van de weg afsnijden. Tussen weilanden over oude stenen wegen. Ze zijn glad en modderig van de neerslag, maar we zijn blij dat we ze omhoog kunnen lopen, met afdalen zijn gladde wegen nog linker. Het stijgen gaat wel lekker met fitte benen en het duurt niet lang of de weilanden gaan over in bossen en bergweiden. Het wolkendek komt steeds dichterbij. We lopen over een parkeerplaats, de laatste, hier houdt de weg echt op en gaan we de hoge delen van de bergen weer in. Op ooghoogte zien we de flarden wolk onder het dikke dek hangen en het duurt niet lang voordat we de mist in lopen.
Over modderige paden lopen we de beukenbossen uit en het landschap wordt kaler. Tegen de hellingen staan koeien en paarden. Kundig lopen ze van de ene helling naar de andere, zij het soms tot aan de ellebogen in de modder. Wat hoger is het even wat vlakker, en komen we langs een hut, het zomerverblijf van een herder. Er staan nog wat schapen, maar de meeste grazen een stuk hogerop. Tijdens de klim lopen we net boven ze langs. Bij de kudde loopt geen hond, maar bordjes langs de route waarschuwen dat we in het gebied zijn gekomen waar wel waakhonden bij de kuddes kunnen lopen, dus we zijn een beetje op onze hoede. We hebben ondertussen al 1000 meter gestegen en zijn 3 uur onderweg. Elke minuut hebben we dik 5,5 meter gestegen! Nog een klein stukje tot boven... We komen bij de eerste col. Het wolkendek lijkt iets open te breken, maar we hebben nog geen uitzicht. Vanaf de col klimmen we nog even door totdat we net voor het hoogste punt een vlak stukje tegen komen om te pauzeren. Af en toe breekt de zon door en dan is het meteen goed warm. Gelukkig, dan kunnen onze kleren tenminste een beetje drogen. Een enkele wandelaar loopt langs, maar de meeste mensen die vanochtend vanaf de camping zijn vertrokken lopen een andere route, waarschijnlijk de GR10. Wij zitten nog op de HRP.
Als we verder lopen klimmen we nog een stukje en voelen we het al snel warmer worden, de mist wordt lichter en het dek begint nu echt open te breken. Één windvlaag en we hebben meteen een waanzinnig uitzicht over het witte dek met de hoge pieken die er bovenuit steken. Het is stralend zonnig. Wat een ander beeld dan een paar minuten geleden, schitterend! Nu kunnen we ook een beetje zien waar we naartoe gaan. De bergkam is groen met veel bloemen. Veel paarse tijm, orchideeën, vooral de ‘aangebrande orchis’ en de paarse Iris, de velden staan er vol mee. Opeens horen we een geluid alsof er een aantal drones opstijgen. Een geluid dat hard en vreemd genoeg is om even stil te staan en te kijken wat het is. Het duurt even voordat we het zien, maar een meter of tien voor ons vliegt een grote zwerm bijen boven het pad. Wat een geluid voor zo’n kleine diertjes! We gaan er toch liever maar omheen en lopen een heuveltje over. De dieren hebben hetzelfde idee, dus we kunnen weer terug naar het pad en lopen verder over de paden langs paarden en koeien en het schitterende uitzicht. Beneden is het nog steeds bewolkt, en wij lopen heerlijk in de zon! We lopen door tot zo’n 18 kilometer. Daar ligt Lac d’Arlet en een refuge. Het is een schitterend bergmeer met aan onze kant groene weides en aan de andere kant hoge rotswanden. De refuge is nog een paar dagen gesloten, maar we krijgen er wel drinkwater.
Dus we kunnen op dit mooie plekje pauzeren en hebben genoeg water voor de avond en voor morgen, dat is altijd fijn. Vaker komen flarden wolk opzetten waardoor we in de mist zitten, maar het duurt nooit lang voordat we weer in de zon zitten. Dit zou een mooi plekje zijn voor de nacht, maar dat hebben al zoveel mensen gedacht, dat we toch nog wat verder lopen. We tellen zeker 15 tentjes naast de refuge. Niet veel verder is een mooi vlak stuk, maar een heuvel verderop wordt een grote kudde schapen naar beneden geleid. Met drijfhonden, maar ook grote witte Pyreneese herdershonden die de kudde beschermen tegen roofdieren. Voor het geval ze hun zinnen hebben gezet op deze mooie weide, lopen we toch nog maar een paar kilometer door naar het volgende dal. Het is nog een behoorlijk stuk afdalen en weer stijgen. Bovenlangs een kudde schapen, onderlangs een kudde, langs stenen schuurtjes en een kleine boerderij. Maar net aan de andere kant van de volgende col vinden we een schitterend vlak stukje, precies groot genoeg voor onze tent, beschut maar met uitzicht over de bergen. Dichtbij het pad, maar daar komt zo laat toch niemand meer over heen. Wat een plekje weer! Dit zijn toch altijd de mooiste…. We hebben een heerlijk rustige avond met een mooie zonsondergang. Maar nog voordat de sterren aan de hemel staan liggen we al te slapen. Het was een schitterende etappe. Van onder naar boven de wolken. Dat is elke meter stijgen waard!