Deze etappe loopt van het hooggebergte van net na Plan de la Laie naar het drukke dal van de rivier de Isère. De tocht begint met een stuk afdalen. Maar al snel begint de klim naar col du Bresson op 2469 meter. Een fikse klim door het kale, rotsachtige landschap van de bergen. Daarna begint een lange afdaling van 1700 meter naar het dal. In het begin over rotspaden, later door bossen en tegen het einde door dorpjes. Een mooie tocht met veel hoogtemeters.
Deze bivakplek was inderdaad een heerlijk rustig plekje! Na onze maaltijd hebben we het tentje opgezet en was het ondertussen alweer donker. En als het donker is, is het hier in de bergen ook écht donker… Enkel aan de overkant van het dal waren tegen de helling wat lichtjes van een klein bergdorpje te zien. Verder was er hier totaal geen lichtvervuiling. Met een kopje thee en een blokje chocolade genoten we na van de dag en van de sterrenhemel. Zelfs de Andromedanevel was zichtbaar, die hebben we nog niet vaak gezien! En tijdens het tandenpoetsen met dit uitzicht kwam er opeens een reeks van 25 lichtjes als een treintje achter elkaar, recht over ons heen. Dat móeten wel wat SpaceX satellieten van Elon Musk zijn geweest. Niet echt “wonderen van de natuur”, maar wel schitterend om te zien.
Als de wekker vanochtend gaat, is het nog donker. We breken de (wederom kletsnatte) tent op, zetten een warme kop koffie en ontbijten. Vandaag staat ons weer een mooie tocht te wachten. In het begin een klim en daarna een laaaaange afdaling. We hebben op meer dan 2000 meter hoogte geslapen en het is nog fris vanochtend, dus met onze vesten aan starten we de wandeling.
We beginnen de route over een glooiend pad dat ons het dal waarin we hebben overnacht uitleidt. Op een heuvel aan het eind van dit dal hebben we nogmaals prachtig uitzicht op de Mont Blanc. Wellicht de laatste keer…? Over smalle paadjes langs rotsen, struiken en koeien vervolgen we onze weg. Na een paar kilometer komen we in een groot weids dal, die aan alle kanten wordt omringd door hoge bergtoppen. Slik, daar gaat de route ergens steil overheen… Het ziet er imposant uit. We volgen een klein zigzagpad dat een paar keer een rivier oversteekt. In het begin kruisen we nog vaker een breed pad dat door boeren wordt gebruikt om met Jeeps bij hun vee dat hogerop staat, te komen. Maar al snel komen we een stuk verder dan het vee en worden de paden kleiner en moeilijker te vinden. Stapje voor stapje, om en over grote rotsblokken heen, lopen we omhoog en het landschap wordt steeds kaler. Hoe hoger we komen, hoe minder begroeiing er is. Het pad is uitdagend, we moeten goed opletten waar we onze voeten zetten en na 650 meter stijgen bereiken we het hoogste punt van vandaag, Col du Bresson op 2469 meter. Weer een nieuw dal strekt zich voor ons uit. Refuge de Presset laten we links liggen en we dalen een stuk af. Op een windstil plekje maken we pauze, beschut door een groot rotsblok. Vanuit hier is het zo’n 14 kilometer afdalen en zakken we in totaal 1750 meter naar het dal van de rivier de Isère. We zijn blij met onze wandelstokken zodat we onze knieën en enkels wat kunnen ontlasten, maar zo veel meters dalen is toch heftig. De uitzichten en de paden in deze vallei zijn echt schitterend. We lopen kleine paadjes in een met rotsen bezaaid landschap met lage begroeiing, grassen en bosbessenstruikjes. Tussen het gras staat her en der de zacht paarse herfsttijloos al mooi in bloei. De bosbessen struiken die nog niet zo lang geleden de berghellingen diep donkergroen kleurden, beginnen nu een vurige kleur rood te krijgen. De vorst is er duidelijk al een keer overheen gegaan. Aan de overkant van het dal beginnen de loofbomen ook al iets van een kleur te krijgen. Het blijken struiken met rode bessen te zijn. Het geheel begint al herfstig aan te doen, de eerste tekenen dat het seizoen begint te veranderen. Na het voorjaar over te hebben zien gaan in de zomer, zien we de zomer nu plaats maken voor de herfst. Wow, wat zijn we al lang onderweg…
Na een stuk wat vlakker gelopen te hebben en voordat we de bossen weer ingaan, maken we een pauze om de tent te drogen. Nu iets korter dan gisteren, anders zijn we niet op tijd bij de winkel in het dorpje waar we zullen gaan overnachten. Boodschappen doen is wel nodig, want voor het eerst deze tocht is echt álles op.
Door de bossen over de helling volgen we een oud kanaal dat vroeger door de dorpen in het dal voor drinkwater werd gebruikt. Er stroomt nu geen water meer door omdat dit stuk door lawines en aardverschuivingen te moeilijk te onderhouden was. Aan de overkant van het dal zien we een skigebied liggen, met grote, door de mens glad gestreken skipistes en woningcomplexen. Het contrast is groot. Daar bepaalt en structureert de mens de natuur, hier is de natuur oppermachtig en bepaalt wat de mens wel en niet kan.
Door de bossen en over de helling dalen we snel af. We komen lager en bereiken de rand van een charmant, steil bergdorpje, Valezan. Ze hebben er hier echt een kunst van gemaakt om in de steile berghellingen huizen te bouwen. Vanuit hier is het niet lang voordat we de rivier beneden in het dal bereiken. Het is nog zo’n 3 kilometer vlak lopen naar de camping, over een fietspad langs de rivier. Als de kerkklok net 18u heeft geslagen lopen we de camping op, zoeken we een plekje voor ons tentje uit en zijn we net op tijd om bij de plaatselijke epicerie (handig gelegen naast de ingang van de camping!) boodschappen te doen.
We zijn het hooggebergte uit en vol in de drukke beschaving beland. Maar dat zal niet lang duren, want de volgende etappes brengen ons weer terug hoog de bergen in… Morgen een rustdagje op de camping en dan weer lekker op pad! 🏔