Na een lange nacht vertrekken we vanochtend uit El Cubo de Tierra del Vino. Het is met 322 inwoners een klein dorpje, maar het bestaat al sinds de Romeinse tijd. Doordat het langs de handelsroute Via de la Plata precies halverwege Salamanca en Zamora ligt, is het altijd een rustplaats geweest voor reizigers. En zoals de naam doet vermoeden was het lang dé plek voor druiven en wijn, totdat in de 19e eeuw de druifluis alles verwoeste en de inwoners over moesten gaan op andere soorten landbouw. Af en toe lopen we nog wel langs een wijnveld, maar het zijn duidelijk niet meer de aantallen die het ooit waren. Net als in de meeste dorpen langs de route is het inwonersaantal sinds de jaren ‘60 meer dan gehalveerd, waardoor er veel huizen leeg staan. Maar de mooiste zijn allemaal bewoond, dus ook al zijn de prijzen hier nog erg laag, het nodigt toch niet echt uit om te settelen ;-)
We beginnen vanochtend aan de laatste etappe van de Via de la Plata. Deze gaat nog een stuk naar het noorden en buigt dan af richting westen, naar Santiago de Compostella. Wij gaan echter bij Zamora oostwaarts. Vandaag dus nog een laatste keer de gele pijlen, schelpen en Romeinse mijlpalen volgen.
De route is vergelijkbaar met de etappe van gisteren, maar gaat een stuk verder van de autoweg af. We lopen vanaf het dorp weer een onverharde weg op en volgen een tijdje een verlaten spoorlijn, de Plasencia-Astorga lijn die al sinds de jaren ‘80 met pensioen is. Op de satellietkaart zagen we bij het voorbereiden van de route al grote, perfect ronde groene velden in dit gebied en vroegen ons af wat dat nou zou zijn. Hier vanaf de grond is er eigenlijk weinig van te zien, totdat we gigantisch grote sproei installaties zien, die vanuit één punt rond kunnen draaien. Ze zijn zo lang dat ze een groot rond veld van honderden meters doorsnee creëren. Nu valt ook op dat de gewassen eronder in een cirkel zijn gezaaid. De boeren moeten inventief zijn, in een klimaat als dit. De weg stijgt licht richting een wat heuvelachtig gebied dat richting de vallei van de rivier de Douro loopt, waar Zamora aan ligt. Onderweg zien we een ladderslang op het pad. Een kleine deze keer, van een centimeter of 30. Slangen blijven fascinerende dieren om te zien. Even verder vliegen twee felgeel met zwarte vogels voor ons langs. Het zijn wielewalen, zangvogels die ook in Nederland voorkomen, maar die je maar zelden ziet. We hebben ze helaas geen ‘dudeljoo’ horen zingen, dan was de dag helemaal goed geweest, maar ze zijn schitterend om te zien.
Bij de heuvels (op de kaart zie je ze nauwelijks, maar het landschap is zó vlak dat dit wel echt heuvels lijken) wordt het landschap bosachtiger met naaldbossen, grote lavendelstruiken en wilde rozenstruiken, de egelantier. Vanaf hierboven is Zamora in de verte al te zien, ook al is het nog zo’n 25 kilometer lopen. De kilometers lijken ondertussen langer te worden en de rugzakken zwaarder te wegen. De oorzaak van de vermoeidheid van gisteravond blijkt toch iets meer dan een lange dag geweest te zijn. Ook al is het waarschijnlijk een fikse verkoudheid, als je iets onder de leden hebt valt het lopen zwaar. Waar we normaal kwebbelend rondkijken naar plantjes, dieren en landschap dat telkens nieuw voor ons is, kost dit vandaag beduidend meer energie en zie ik vaker alleen de steentjes op het pad. Nog nooit heb ik zo vaak op de navigatie gekeken of de etappe een beetje vordert, maar hij schiet maar niet op. Na 13 kilometer maken we pauze onder eikenbomen, dat geeft weer wat energie. De tocht gaat verder langs weilanden, door een landschap dat bijna Limburgs aandoet. We maken het vergelijk met de vlakte achter onze voormalige woonplaats tussen Nuth, Spaubeek en Schimmert, waar we ooit de blauwe kiekendief hebben zien vliegen. En tot onze verbazing scheert ook hier een kiekendief over het veld. Of het de blauwe of de grauwe is, is moeilijk te zeggen, maar het is wel heel toevallig. Wellicht zag de vogel ook overeenkomsten in het landschap... In de velden graan staan af en toe meer klaprozen dan graan, in ieder geval vallen ze een stuk meer op met hun dieprode kleur. De bloemenpracht vandaag is weer overweldigend! Een stuk verder zien we in het veld een oud klooster liggen. Het is een inmiddels vervallen klooster uit 1406 dat z’n hoogtijdagen in de 16e en 17e eeuw kende, maar werd verlaten na de ‘Desamortización de Mendizábal’. Kort uitgelegd had Spanje in de 19e eeuw een grote schuld bij de bevolking, die via schuldpapieren de Carlistenoorlogen (3 burgeroorlogen van 1833 tot 1876) financierden. Een econoom en politicus, Mendizábal, voerde een systeem in dat grond en bezittingen onteigende en veilde. De gronden kwamen van gemeentes, maar ook van de katholieke kerk en andere religieuze groepen. Kloosters werden gesloten en hun eigendommen werden genationaliseerd. Land, gebouwen, kunstwerken en rijkdommen van de kerken werden verkocht. De opbrengsten werden gebruikt om schulden mee af te lossen, er kon zelfs met schuldpapieren worden betaald. Als bijkomend voordeel voor de Spaanse staat, werd de politieke invloed van de kerk hierdoor sterk teruggedrongen. In totaal zijn er 2 miljoen kavels verkocht die natuurlijk niet terecht kwamen bij de mensen die ze nodig hadden, maar bij de mensen die ze konden betalen. Hierdoor zijn er tot op de dag van vandaag nog zoveel grootgrondbezitters, zeker in het zuiden, waar we vaker uren over de gigantische landerijen liepen.
Een gedeelte van de ruïne van het klooster heeft z’n weg gevonden naar het nabijgelegen dorp dat we doorkruisen, Villanueva de Campeán. Muren en stukken dak zijn hier als bouwmaterialen gebruikt.
De route daalt rustig verder over de goed te belopen paden en tussen de klaproosvelden graan. Na ongeveer 23 kilometer nemen we nog een uitgebreide pauze in de berm en maken we ons klaar voor de laatste 10 kilometer naar Zamora. Langzaam maar zeker lopen we steeds meer de bebouwing in. Zamora heeft duidelijk niet zo’n strakke platteland/stad-grens als de vorige steden. We lopen al een tijdje langs bedrijven, huizen en wijken voordat we bij de oude brug over de Douro aankomen. De laatste kilometers gaan toch wel een beetje op het tandvlees, dus we zijn blij de stad bereikt te hebben. Ons appartement ligt aan de andere kant van het centrum, dus we krijgen alvast een ‘sneak preview’ van de binnenstad. Zamora is een stuk kleiner dan Salamanca, maar ziet er ook weer schitterend uit. Veel mooi onderhouden oude gebouwen, met ook nieuwere bebouwing ertussen. We hebben de 33 kilometer gehaald vandaag. Ik vrees dat het een paar dagen uitzieken wordt voordat we onze tocht oostwaarts vervolgen. Maar niet voordat we de stad hebben bekeken natuurlijk, want daar zijn we wel weer erg nieuwsgierig naar.
Via de la Plata, bedankt voor de mooie kilometers die we je hebben mogen volgen! Van Sevilla tot Zamora, 592 kilometer, over een route die al minstens 2000 jaar op deze zelfde manier wordt afgelegd. We hebben dezelfde steden gezien, zij het in een andere omvang, die reizigers al 2000 jaar zien. Dezelfde bruggen, dezelfde heuvels en bergen en zelfs dezelfde rotsblokken… De Romeinen wisten wel wat ze deden!