Vanochtend starten we onze etappe in Coripe. Lang voor onze jaartelling, vanaf de 6e eeuw voor Christus was dit een florerende plaats. Er was betrouwbare aanvoer van water door de rivieren waar we gisteren langs liepen. Hierdoor kon een dorp ontstaan en door de goede ligging van de hellingen in de rivierdalen was het mogelijk om goede kwaliteit druiven te verbouwen om wijn van te maken, die weer als handelswaar diende voor de goederen van verschillende culturen die hier kruisten op de wegen van en naar grote steden. Ondertussen, eeuwen, zelfs millennia later is het een stuk minder bruisend in Coripe. Door de geschiedenis van Spanje in de vorige eeuw is het leven hier een stuk harder geworden. Inkomstenbronnen, anders dan landbouw, zijn moeilijk te vinden. Veel mensen werken in de zomer in hotels aan de kust en op de Spaanse eilanden. Buiten het toeristenseizoen komen ze terug naar huis. Dit zorgt er in ieder geval voor dat de witte huisjes bewoond blijven, maar de levendigheid die het door de eeuwen wel gehad heeft, is nu ver te zoeken. Gisteravond, maar zeker ook deze maandagochtend is het leeg op straat. We gaan rond 8 uur op pad richting noord-oosten. We lopen weer naar de Via Serrana, niet de oude spoorlijn, maar de bedevaartsroute die we tot aan Sevilla volgen.
Eenmaal het dorp uit lopen we over witte onverharde wegen. Af en toe passeren we een boerderij, maar voornamelijk lopen we langs olijfboomgaarden, grasland met koeien en muilezels, en graan velden. Verbazingwekkend hoe hoog het graan begin april al staat. Het is nog groen, maar de aren zitten er al aan. Het zal niet heel lang duren voordat het geoogst kan worden. We zitten nog volop tussen de heuvels, maar wel aan de rand van de siërra. We kunnen de vlakte richting Sevilla al inkijken. Langzaam zijn we van het gebied van de kurkeiken overgegaan naar het gebied van de olijfbomen. We passeren de ene gaard na de andere. Onder sommige olijfbomen lopen varkens. Grote grijze dieren scharrelen op zoek naar eten of rennen achter elkaar aan door het verse gras en gele koolzaad bloemen. Ach ja, als je dan varken moet zijn… ;-)
Halverwege de laatste helling naar de vlakte lopen we door Montellano. Als je vanuit de heuvels de plaats binnen komt lopen, lijkt het met de onverharde wegen, onderkomen huizen en oude auto’s langs de weg, op foto’s van Roemenië in de jaren ’90. Maar al snel blijkt het toch een mooi plaatsje te zijn en zijn de huizen ook hier perfect wit geschilderd. Met zo’n 7000 inwoners is het een klein stadje en een stuk levendiger dan Coripe waar we vandaan komen. In het midden staat een groot kasteel, een mooi onderhouden kerk en er zijn winkels die open zijn. Een bakkerij en een supermarktje is genoeg om inkopen te doen voor de pauze. Midden in de stad staat een schitterend gebouw met grote glas in lood ramen, roze en groene marmeren traptreden en zuilen. Het is een groot complex, omringd door een weelderige, ooit mooi aangelegde tuin. Het blijkt een 90 jaar oud rusthuis voor ouderen te zijn, dat, ondanks de behoorlijk hoge rollatordichtheid in de straten, gesloten lijkt. Maar de ouderen hebben een goede vervanging gevonden in de barretjes, restaurantjes en parkjes, en het ziet er gezellig uit. Vaker wordt er gezwaaid als we langskomen en roepen ze “Bon Camino!” Dat Santiago de Compostela niet ons einddoel is, laten we maar even in het midden.
Buiten de bebouwing pauzeren we in de helling. Het is behoorlijk warm vandaag, dus we zoeken de schaduw van bomen op. Op de plekken waar de zon de hele dag schijnt is de grond kurk droog. Het gras begint al geel te worden en er groeien voornamelijk distels en planten met prikkels, die zijn opgewassen tegen de droogte. Naar de weersverwachting van de komende 2 weken kijkend, zal de kleur van het gras alleen maar geler worden. Er staan temperaturen van meer dan 30 graden op en geen druppel regen. Dat wordt zwoegen komende week!
In de heuvels hoorden we vanochtend de koekoek en de hop. Nu horen we het zacht gekwetter van de bijeneter. Als je het gefluit eenmaal gehoord hebt is het een heel herkenbaar geluid. Er komt een zwerm van een stuk of 20 overvliegen die kapriolen in de lucht uithalen. Natuurlijk weer te snel om op foto te krijgen, maar vroeg of laat moet het lukken.
Na de pauze lopen we snel de vlakte in. Het gevoel van het landschap is meteen heel anders. Licht glooiende akkers en weinig bos. Er zijn hier ook een stuk minder paden en onverharde wegen waardoor we een lang stuk over een grote tweebaansweg moeten lopen. Het is een doorgaande weg, dus de auto’s en vrachtwagens razen voorbij. Gelukkig houden ze waar mogelijk rekening met ons door op de andere baan te gaan rijden, maar een aantal keer schrikken we ons rot als een auto van achter ons inhalend voorbij komt. Na 4,5 kilometer over de weg gelopen te hebben kunnen we gelukkig een kleinere weg in. Het is nu nog maar 4 kilometer tot aan El Coronil waar we overnachten. Rond 5 uur komen we aan bij een groot, statig gebouw in het dorp met een klein bordje met de naam van ons hotel. Als we aankloppen gaat een grote deur open, lopen we een schitterend antieke hal in en komen we na een rondleiding door het mooie pand uit bij onze kamer. Na bijna 30 kilometer zijn we blij met elk bed, maar dit is wel een prachtig klassiek ingerichte kamer met hoge plafonds, secretaire en mooie tegels. Rugzak af en benen hoog. Wat een schitterende plek om zo’n mooie etappe te eindigen. Van heuvels naar het platteland.